Wanneer stuur je een aanmaning?
Een aanmaning stuur je als de factuur over de vervaldatum is en de klant op je herinneringen niet heeft gereageerd. De meeste bedrijven sturen eerst een vriendelijke betalingsherinnering en daarna een tweede herinnering. De aanmaning is de derde en laatste brief. De toon verandert dan ook. Je vraagt niet meer of de factuur misschien over het hoofd is gezien. Je stelt een termijn en noemt de kosten.
Voor de stappen daarvoor kun je het voorbeeld van een betalingsherinnering gebruiken. De wet verplicht die herinneringen niet. Een rechter weegt wel mee of je de klant een redelijke kans hebt gegeven. En een klant die twee herinneringen kreeg kan niet zeggen dat de incassokosten uit de lucht kwamen vallen.
Wat zegt de wet over een aanmaning aan een consument?
Dit is uitleg over de regels zoals ze op 14 oktober 2026 gelden en geen juridisch advies. Bij een consument mag je incassokosten alleen rekenen als je eerst een aanmaning stuurt die aan artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek voldoet. De klant krijgt veertien dagen om alsnog zonder kosten te betalen. Die termijn gaat in op de dag na ontvangst van de brief. Dat besliste de Hoge Raad op 25 november 2016. De brief noemt verder het precieze bedrag aan incassokosten dat de klant anders verschuldigd wordt.
De hoogte van die kosten ligt vast in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bij een factuur van € 1.850 is dat 15% van de hoofdsom. Dat komt uit op € 277,50. Daarnaast mag je wettelijke rente rekenen vanaf de dag dat de klant in verzuim is. Voor consumenten is de wettelijke rente 4% per jaar sinds 1 januari 2026. Voor zakelijke klanten geldt de handelsrente van 10,4% sinds 1 juli 2026.
- 15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom en minimaal € 40
- 10% over de volgende € 2.500
- 5% over de volgende € 5.000
- 1% over de volgende € 190.000
- 0,5% over de rest tot een maximum van € 6.775
Van Dam stuurt mevrouw De Groot de veertiendagenbrief
Installatiebedrijf Van Dam uit Ede vervangt op 1 juli 2026 een cv-ketel bij mevrouw De Groot. De factuur van € 1.850 gaat op 3 juli de deur uit met de betaaltermijn van 30 dagen die ook in de getekende offerte stond. Op 2 augustus is er niets betaald. Op 10 augustus stuurt het kantoor een herinnering en op 24 augustus een tweede. Allebei blijven onbeantwoord.
Op 7 september stuurt Van Dam de aanmaning aangetekend en per mail. De brief noemt de hoofdsom van € 1.850, het bedrag van € 277,50 aan incassokosten dat erbij komt en de rente van 4% vanaf 3 augustus. De termijn loopt veertien dagen vanaf de dag na ontvangst. De postbode levert de brief op 8 september af. Mevrouw De Groot heeft dus tot en met 22 september de tijd om zonder kosten te betalen.
Op 15 september belt ze. Ze had de factuur gemist door een verhuizing en betaalt diezelfde dag. Van Dam rekent geen incassokosten. Dat beloofde de brief aan wie binnen de termijn betaalt. De rente over zes weken laat het kantoor ook zitten. Dat kost een paar euro en houdt een klant.
Na de termijn geef je de vordering uit handen
Dan doe je wat de brief aankondigt en geef je de vordering uit handen. Een incassobureau of deurwaarder neemt de zaak over en de incassokosten van € 277,50 uit de brief komen bovenop de hoofdsom. Je kunt naar de kantonrechter als de klant dan nog niet betaalt. Bij een hoofdsom tot € 25.000 is daar geen advocaat verplicht. Bewaar daarom alles bij elkaar: de factuur, de herinneringen, de aanmaning en het bewijs van ontvangst. Daarmee laat je zien dat je de regels hebt gevolgd.



